Lancaster DV287 SR-N, 101 squadron RAF.

Lancaster

Foto van soort gelijke Lancaster.

14 januari 1944.

496 Lancasters en 2 Halifax vliegtuigen vertrekken vanuit Engeland voor de eerste belangrijke raid op Braunschweig (Duitsland) van dat jaar.


Night Raid Reports:





In totaal gaan er 38 Lancasters verloren, 7.6% van de ingezette capaciteit.

Normale bemanning van een Lancaster is 7 man, gemiddeld wist maar 10% van de bemanning een crash te overleven. 7.6% van de ingezette capaciteit staat voor +/- 240 gesneuvelde bemanningsleden.

Het Duitse luchtverdediging had aankomende bommenwerpers op 40 mijl uit de Engelse kust al gesignaleerd en een groot aantal Duitse jachtvliegtuigen vielen de toestellen aan nadat ze net de kust bij Bremen was gepasseerd. De Duitse jachtvliegtuigen slaagden er in om een groot aantal Engelse vliegtuigen te vernietigen

Van de vernietigde vliegtuigen behoorden 11 toestellen tot de Pathfinders groep, die als taak had het doel Braunschweig te markeren voor de hoofdmacht. Braunschweig was kleiner dan de normale doelen voor Bomber Command en deze raid was niet echt een succes. In de Duitse rapporten wordt gesproken van "een lichte aanval met geringe schade". Bommen op het zuiden van de stad hadden maar 10 huizen hadden vernield en er vielen 14 slachtoffers. De meeste bommen vielen in de velden rond Braunschweig of in WolfenbŁttel en andere kleine dorpjes ten zuiden van Braunschweig.


De Lancaster DV287 maakt deel uit van de eerste Pathfinders groep, met als bemanning::


Joseph Walter (Joe) Slater

Rang:

Pilot Officer

Functie:

Piloot

Registratie No:

158716

Overlijdensdatum:

14 januari 1944

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Graf referentie:

Kavel 9. Rij B. Graf 13

Begraafplaats:

Algemene Begraafplaats Nieuw Dordrecht

Familie informatie:

Geboren in Dagenham Essex.

Portretfoto:

Foto grafsteen:



Maxwell Chambers Patterson

Rang:

Flight sergeant

Functie:

Co piloot

Registratie No:

1438245

Overlijdensdatum:

14 januari 1944

Leeftijd:

28

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Graf referentie:

Kavel 9. Rij B. Graf 15

Begraafplaats:

Algemene Begraafplaats Nieuw Dordrecht

Overige informatie:

Was als 9de man toegevoegd om training uren te maken als piloot "Second Dinky".

Familie informatie:

Zoon van James Chambers Patterson en Charlotte Mann Patterson uit Hawick, Roxburghshire.

Portretfoto:

Foto grafsteen:



Arthur William Louis (Bob) Schneider

Rang:

Sergeant

Functie:

Boordwerktuigkundige

Registratie No:

941898

Overlijdensdatum:

14 januari 1944

Leeftijd:

24

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Graf referentie:

Kavel 9. Row B. Graf 14

Begraafplaats:

Algemene Begraafplaats Nieuw Dordrecht

Familie informatie:

Zoon van Arthur Louis en May Victoria Schneider uit Welland, Worcestershire

Portretfoto:

Foto grafsteen:



Alexander Hoyle Walmsley

Rang:

Flying Officer

Functie:

Navigator

Registratie No:

142330

Overlijdensdatum:

Is op 17 januari 1977 overleden tijdens een hartoperatie.

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Overige informatie:

Heeft crash overleefd, wist te ontkomen en terug te keren naar Engeland.De naam Alex Walmsley komt ook voor in een verslag van USAAF Vlieger (2e Luitenant) Thayer Hopkins, waarin hij spreekt over een onbekend onderduik adres in het zuiden van Nederland waar hij een aantal weken verblijft met 21 anderen, waaronder Alex Walmsley.

Portretfoto:

Foto in vliegersuitrusting:



Peter (Jock) Mitchell

Rang:

Sergeant

Functie:

Radiotelegrafist/Boordschutter

Registratie No:

1077420

Overlijdensdatum:

14 januari 1944

Leeftijd:

21

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Graf referentie:

Kavel 9. Rij B. Graf 12

Begraafplaats:

Algemene Begraafplaats Nieuw Dordrecht

Familie informatie:

Zoon van John en Isabella Graham Mitchell uit Scone, Perthshire.

Portretfoto:

Foto grafsteen:



Stanley Ernest (Stan) Watchorn

Rang:

Flight Sergeant

Functie:

Bommenrichter

Registratie No:

169505

Overlijdensdatum:

14 januari 1944

Leeftijd:

27

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Graf referentie:

Kavel 9. Rij B. Graf 16

Begraafplaats:

Algemene Begraafplaats Nieuw Dordrecht

Familie informatie:

Zoon van Harry Dobney Watchorn en Harriet Ada Watchorn, echtgenoot van Joyce Alice Watchorn uit Syston, Leicestershire.

Portretfoto:

Foto grafsteen:



Leonard (Len) Easdon

Rang:

Sergeant

Functie:

Schutter midden boven

Registratie No:

2206647

Overlijdensdatum:

14 januari 1944

Leeftijd:

19

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Graf referentie:

Kavel 9. Rij B. Graf 10

Begraafplaats:

Algemene Begraafplaats Nieuw Dordrecht

Familie informatie:

Zoon van Ralph en Elizabeth Easdon, echtgenoot van Peggy Easdon uit Wigton, Cumberland.

Portretfoto:

Foto grafsteen:



George Thomas (Mac) McLatchie

Rang:

Sergeant

Functie:

Staartschutter

Registratie No:

1349943

Overlijdensdatum:

14 januari 1944

Leeftijd:

23

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Graf referentie:

Kavel 9. Rij B. Graf 11

Begraafplaats:

Algemene Begraafplaats Nieuw Dordrecht

Familie informatie:

Zoon van Hugh en Mary McLatchie uit Connel Park, Ayrshire.

Portretfoto:

Foto grafsteen:



John Francis Stafford

Rang:

Flight Sergeant

Functie:

Special Ops A.B.C.

Registratie No:

1166582

Overlijdensdatum:

14 januari 1944

Leeftijd:

24

Land van herkomst:

Engeland

Eenheid:

Royal Air Force Volunteer Reserve, 101 squadron

Graf referentie:

Kavel 9. Rij B. Graf 9

Begraafplaats:

Algemene Begraafplaats Nieuw Dordrecht

Overige informatie:

Airborne Cigar (A.B.C.) Stoorzender die frequenties van Duitse nachtjagers stoorde. 101 Sqn nam een achtste Duits sprekend bemanningslid mee voor deze taak, die inbrak op de Duitse frequenties en valse berichten en informatie doorgaf.

Familie informatie:

Zoon van Sydney en Aileen Stafford uit Liphook, Hampshire.

Portretfoto:

Foto grafsteen:



Foto van de bemanning van de DV287 in de oude samenstelling.

J.R. Preedy had als navigator 30 operationele missies gevlogen en was klaar met zijn tour, J.R. Preedy werd vervangen door een andere navigator A. H. Walmsley.

De Lancaster DV287 was ťťn van de drie Lancasters die van het 101 squadron verloren zijn gegaan tijdens deze missie.

Joe Slater en zijn bemanning vertrokken rond 16.45 uur (Engelse tijd) van Ludford Magna met als doel Braunschweig voor een A.B.C. missie onderdeel uitmakend van de Pathfinder group.

A.B.C. Airborne Cigar is een stoorzender die frequenties van Duitse nachtjagers stoorde. Het 101 Squadron nam een extra Duits sprekend bemanningslid (achtste man) mee voor deze taak, die gedurende de vlucht boven bezet gebied inbrak op de frequenties van de Duitse luchtverdediging en valse berichten en informatie doorgaf.

De vliegtuigen Pathfinder group hadden als hoofdtaak om het aan te vallen doel te markeren. Dat werd gedaan met Target Indicators (Ti, brandbommen met gekleurde rook). Aan het begin van het doel werden: "Groen Ti" afgeworpen en aan het einde van het doel werden: "Rode Ti" afgeworpen. Zodat de hoofdmacht aan de hand van de kleur rook makkelijker hun doel konden identificeren.

De vliegtuigen Pathfinder group hadden ook een neven taak en dat was het afwerpen (vaak in een tweede run over het doel) van een zware luchtmijn "Cookie" van 4000 pond (2000 kg)

Afwerpen van een "Cookie" en een 1000 Ponder.

Om ongeveer 18.40 uur werd de Lancaster van Joe Slater en zijn bemanning al vroeg waar genomen door een Duitse nachtjager op een hoogte van 19.500ft.

De Duitse nachtjager was die avond om 17.55 uur opgestegen van Leeuwarden en werd geleid door de gevechtsleidings officier van het radarpeilstation 'Eisbar' bij Sondel. Het wilde hun deze avond aanvankelijk niet lukken. Toen de gevechtsleider hun meldde dat ze zich in de bommenwerperstroom bevonden, zagen ze de eerste bommenwerper op een afstand van ongeveer 300 meter op tegenkoers voorbijvliegen. Tijdens het naar binnen draaien zagen ze nog verscheidene andere bommenwerpers op een afstand van ongeveer 300 tot 500 meter boven hen passeren.

Ze waren echter niet in staat een aanval te ondernemen, voornamelijk doordat ze in een vliegtuig vIogen die nog met de oude 'Lichtenstein' radar was uitgerust; deze werd gestoord door de strookjes zilverpapier "Window" die door de bommenwerpers werden uitgeworpen.

Maar tegen half zeven keerden de kansen. Door de gevechtsleider werden de Duitse nachtjager gevlogen door Oberleutnant Martin Drewes en zijn boordmarconist Unteroffizier Erich Handke van het 1V./NJG1 naar een vijandelijke bommenwerper geleid.

Oberleutnant Martin Drewes en Unteroffizier Erich Handke.

Het toestel BF-110 G van Marin Drewes en Erich Handke in juli 1944 nadat het uitgerust was met nieuwe radio en radar apparatuur en de 'Schrage Musik'.

De Lancaster DV287 van Joe Slater en zijn bemanning werd geheel onopgemerkt door de bemanning zwaar geraakt, bij de romp en aan de linker vleugel.

Vrijwel meteen brandde de linker vleugel en daarna brak er ook in de romp van de bommenwerper brand uit. Omdat de Lancaster nog voor 5 uur vliegen brandstof aan boord had en de gehele bommenlast, greep het vuur snel om zich heen.

Even later stortte het vliegtuig gehuld in vlammen in de diepte en explodeerde vlak boven de grond, '20 km ten noordoosten van Meppel', zoals Handke in zijn logboek optekende. Het was 18. 30 uur, dertig minuten voor 'Uur 0', het begin van de aanval dat was vastgesteld op 19.00 uur.

Dit was de laatste 'Abschuss', die Drewes en Handke met normale boordwapens (in de neus van het vliegtuig) boekten; daarna werd hun machine uitgerust met de z.g. ' Schrage Musik' in de rug van het vliegtuig gemonteerde, schuin naar boven gerichte 20 mm kanonnen. Deze maakten de traditionele en nog altijd vrij gevaarlijke wijze van aanvallen van achteren en onderen overbodig.

Met de 'Schrage Musik' schoof de nachtjager op een evenwijdige koers onder de bommenwerper, die immers van onderen blind was, omdat hij niet zoals de Amerikaanse bommenwerpers met een buikkoepel was uitgerust. De rest was vrij eenvoudig, het vizier werd ingesteld, dikwijls op de vleugeltanks. Verscheidene bommenwerper bemanningen moeten er in die laatste ogenblikken geen benul van hebben gehad hoe en vanwaar het noodlot zo plotseling toesloeg.



Bij deze crash aan de Westra's Wijk in Zwartemeer komen 8 bemanningsleden om het leven.

J.W. Slater

M.C. Patterson

A.W.L. Schneider

S.E. Watchorn

P. Mitchell

J.F. Stafford

L. Easdon

G.T. McLatchie



De Lostcard van de Lancaster DV287.


Ooggetuigen melden: Dhr. Jac. Hoving, het zal plm. 5 uur in de namiddag zijn geweest en we zouden juist aan tafel gaan. Opeens werd het buiten helder licht, en hoorden we een verschrikkelijk lawaai. Het bleek een brandend vliegtuig te zijn, dat rakelings over onze boerderij was gegaan. Toen we buiten kwamen ontplofte het juist op, of beter gezegd in de grond, plm. 800 meter achter onze boerderij. Het was alsof de gehele omgeving in brand stond.

Eén van de lijken, dat zo te zien ongeschonden was, lag dicht bij de boerderij. 'Het was een knappe jonge kerel', herinnert Hoving zich. 'Hij droeg een parachute en was in de weke grond geslagen. De lijken werden ter plaatse gekist en op de algemene begraafplaats van Nieuw-Dordrecht begraven.

Ooggetuigen melden: Dhr. Roelof Groote, als 10-jarige jongen wonende aan de Westra's wijk in Klazienaveen, in de volksmond ook wel de "Westerwieke" genoemd. Heeft het aangeschoten vliegtuig laag over zijn ouderlijke huis horen vliegen voordat het vrijwel direct daarna neerstortte in het veengebied. Samen met zijn vader en andere omwonenden is hij naar de crashlocatie gegaan en ze konden goed waarnemen dat het voorste deel van het vliegtuig verdwenen was in de veengrond.

De piloot zat nog in de cockpit maar was niet meer in leven, vanwege de brandende delen van het toestel en exploderende munitie was het te gevaarlijk om dichterbij te komen. Nadat Duitse militairen ter plekke arriveerden werden de omstanders gesommeerd om te vertrekken, waarna de Duitse militairen het wrak verder onderzochten.


De graven van de bemanning.


De Lancaster was totaal vernield en de uitgebrande wrakstukken werden door een ploeg arbeiders onder toezicht van het Duitse leger opgeruimd. De heer T. Groenwold, die in het bezit was van enkele grote wagens, kreeg opdracht de brokstukken van het land te halen.



Politie rapporten:






Eén bemanningslid A.H. Walmsley wist, mede mogelijk door het feit dat hij boventallig was ten opzichte van de standaard zeven of achtkoppige bemanning, te ontkomen.



Alex Walmsley was in 1943 getrouwd met de toen 23-jarige Kathleen Holden en was bezig geweest aan zijn 14de of mogelijk 15de operationele missie. Naar later bekend is geworden, daalde hij aan zijn parachute aan de Duitse kant van de grens en begaf zich, in westelijke richting, waar immers Nederland, en dus bevriend gebied, moest liggen.

Alex was een echte doorzetter en het was dus geen wonder dat hij vastbesloten was zich aan gevangenneming te onttrekken. In de loop van die nacht klopte hij aan de deur van de woning van de familie Albert Bos te Zuidbarge, enkele kilometers ten zuidoosten van Emmen. Albert Bos was wat men in de wandeling een kleine' landbouwer pleegt te noemen. Hij wist niet goed wat hij met de vreemde snuiter moest aanvangen, maar was wel zo verstandig een ander te raadplegen alvorens iets definitiefs te ondernemen.

Hij ging naar de heer Van den Horst, een architect te Emmen. Deze haalde de heer Henk Iedema erbij. Henk Iedema (26) was destijds inspecteur van de Distributiediensten in Drente, en zorgde onder meer voor de nodige bonkaarten voor de plaatselijke onderduikers. Bos deed zijn verhaal.

Inmiddels was de vreemdeling door Bos naar de fam. Bouwsema gebracht, een aan de Dordsestraat wonende handelaar. Iedema, die wel begreep dat dit geen klusje was om 'even' te regelen, besloot zijn zwager, Ir. Krijnen, erbij te halen. Deze sprak bovendien goed Engels. Iedema en Krijnen gingen naar Bouwsema om de vreemdeling op te halen. Het enig beschikbare vervoermiddel was de fiets en de vreemdeling zou achter op de bagagedrager moeten plaatsnemen. Al gauw bleek toen dat het hier ging om een Engelse vlieger, afkomstig uit de bommenwerper die, naar hij inmiddels te weten was gekomen, die nacht achter Zwartemeer was neergestort.

Omdat Alex Walmsley vrij ernstig aan een van zijn knieŽn was gewond, werd besloten hem eerst naar het kosthuis van Iedema te brengen: diens buurmeisje en verloofde wist iets van verpleging af en zou eerst de knie behandelen voordat ze de Engelsman, inmiddels bekend geworden als Alex Walmsley, per fiets via het Rolderveld naar Assen zouden brengen. Hier zou een collega van Iedema zich over de 'evadee' ontfermen. Maar het liep niet allemaal volgens wens: Iedema slaagde er niet meteen in met zijn collega in contact te komen. Na het nodige overleg werd contact gezocht met familie van vrienden uit Borger, die in Assen naast het gebouw van een of andere Duitse instantie, mogelijk de Ortskommandantur, woonde. Deze familie was direct bereid de Engelsman voor die nacht op te nemen.

Iedema wist dat er voor de ingang van het door de Duitsers gevorderde huis een schildwacht stond. Niet direct een aanlokkelijk vooruitzicht - het had iets van het hol van de leeuw -, maar wel veilig als men eenmaal binnen was! Alex kreeg de instructie dat hij bij het passeren van de schildwacht zijn hand naar voren moest steken voor de Hitlergroet en daarbij maar iets moest mompelen. Henk Idema zou het wel voordoen. Men ging op weg en arriveerde bij het bewuste huis. Met opgeheven arm en kloppend hart liepen ze langs de Duitse soldaat. De volgende dag, de 16de januari, werd Alex Walmsley daar weer vandaan gehaald en ondergebracht bij Henk Koops, bij wie hij de nacht van 16 op 17 doorbracht. De dag daarop werd hij door twee medewerkers per trein naar Brabant gebracht. Alex zat nu op de vluchtlijn naar het zuiden.



Ongeveer vijf maanden bleef hij op de Zwarte Plak, een groepje boerderijen in de Limburgse Peel, in de oorlog een van de 'belangrijkste 'piloten'-opvangcentra in ons land. In maart/april 1944 slaagden de Duitsers erin een vrij groot aantal verzetsgroepen in België en Frankrijk op te rollen. Hierdoor werd ook de pilotenhulp zwaar getroffen, zodat de vluchtlijnen enkele maanden lang geblokkeerd waren. Zodoende bleef ook Alex op de Zwarte Plak steken.

Uiteindelijk wist Alex Walmsley een schuilplaats te bereiken in de Belgische Ardennen. Daar werd hij uiteindelijk later met nog meer ontsnapte bemanningsleden bevrijd door de Amerikanen. geblokkeerd waren. Zodoende bleef ook Alex op de Zwarte Plak steken.





Op 10 december 1944 meldde Alex zich weer bij zijn onderdeel.



Piloot Joe Slater en zijn bemanning waren zeer ervaren, en hadden al vele missies met succes volbracht. Deze missie naar Braunschweig zou hun 29ste en één na laatste missie worden. Een tour bestaat uit 30 missies en daarna hoeft de bemanning geen missies meer uit te voeren, een volgende tour van 30 missies is dan een voor iedereen afzonderlijk vrijwillige keuze.

Overzicht van alle missies:

24-07-1943
Hamburg.

25-07-1943
Essen.

27-07-1943
Hamburg.

29-07-1943
Hamburg.

02-08-1943
Hamburg.

07-08-1943
Turijn (Italië).

10-08-1943
Neurenberg.

12-08-1943
Milaan (Italië).

14-08-1943
Milaan (Italië), speciale missie.

27-08-1943
Neurenberg.

30-08-1943
München-Gladbach.

31-08-1943
Berlijn.

03-09-1943
Berlijn.

05-09-1943
Manheim.

03-10-1943
Kassel.

04-10-1943
Stuttgart.

08-10-1943
Hannover.

20-10-1943
Leipzig.

22-10-1943
Kassel.

22-11-1943
Berlijn.

23-11-1943
Berlijn.

26-11-1943
Berlijn.

02-12-1943
Berlijn.

03-12-1943
Leipzig.

16-12-1943
Berlijn.

23-12-1943
Berlijn.

29-12-1943
Berlijn.

01-01-1944
Berlijn.

14-01-1944
Braunschweig.